Hallo luisteraars, welkom bij de podcast van Fragile Wing voor SRM Survivors. Mijn
naam is Carla Hamoen. Ik ben psycholoog en werk al zo'n 25 jaar met SRM survivors en mensen met
dis. Ik ga in deze podcast op reis met Emma, een survivor die ons mee gaat nemen in haar wereld.
om inzicht te geven in geprogrammeerde dis en om survivors aan te moedigen in hun helingsproces.
Hallo luisteraars, welkom bij aflevering 13 van de Fragile Wing podcast. Emma en ik die
eh hebben al eh een paar uur zitten praten met elkaar voordat we nu eindelijk eens gaan opnemen.
Ja. Dus het voelt ook een beetje raar om nog te zeggen: "Welkom Emma." Ja. Nou, dankjewel. Maar
het is inderdaad heel fijn. Ja. Ja, we hebben al eh heel wat eh besproken met elkaar. Ja,
zo is het. In aflevering 12 hebben we het eh gehad over ehm het afleren van hechting en de totale
angst. Twee dingen waar de training zich eigenlijk eh op richt er zijn nog heel wat meer dingen te
noemen waar de training zich eigenlijk op richt in de cult. Dus ehm die willen we eigenlijk ehm ja,
één voor één met elkaar bespreken en ook eh een beetje toelichten. Een beetje toelichten
inderdaad. Ja. Het volgende punt is het uitdoven van gevoelens. Kun je daar wat over zeggen, Emma?
Ja, je maakt zoveel mee in wat er gebeurt in de op de feest eh in de in de training en allemaal. Je
ziet veel dingen. Lichamelijk wordt er veel pijn gedaan, maar je ziet ook heel veel dingen gebeuren
waar jij dan even niet deel aan hebt, maar wel heel heel traumatisch en afschuwelijk zijn. Ja.
Ehm je wordt heel veel geslagen. Nou ja, eh als je de afgelopen podcasten hebt geluisterd, dan weet
je wat er een beetje gebeurt. Maar het uitdoven van gevoelens is eigenlijk cruciaal voor jezelf en
wordt ook crucial gemaakt voor de voor de groep. Want voor jezelf is er eigenlijk gewoon niet mee
te leven dat wat jou meemaakt en wat je wat je ziet gebeuren. En het is zo heftig dat wat ik bij
mezelf herkende is dat ik vaak heb gedacht: "Ik kan niet meer. Ik ben helemaal helemaal kapot."
Ja. En niet door alleen maar dat je lijf kapot geslagen wordt, maar ook door wat je ziet. Hm
hm. ziet gebeuren bij andere kinderen, bij andere delen. Wat mensen elkaar aandoen. Ja. De plekken
waar je naartoe wordt gebracht. het duister wat er overal is. Je bent gewoon kapot en je kan niet
meer. En als je dan al die gevoelens die daar ook nog bij horen, hè, het verdriet eh als je ziet dat
er kinderen eh geslagen worden, het de pijn van je eigen martelingen eh als je dat allemaal toelaat
Hm hm. dan voelt het werkelijk dat je sterft gewoon. Dat je echt echt kapot gaat. Ja. En het
is een zelf eh bescherming denk ik om eh om dan te zeggen dan wil ik helemaal niks meer voelen.
Hm. Ja, precies. Ehm dat is voor jezelf om jezelf te beschermen. Nou, ik denk dat vanuit de groep is
er een ander belang bij dat je dus al je gevoelens uitdooft is dat je ehm als je dus niks meer voelt,
leef je ook eigenlijk niet meer. Nee. En want voelen is leven. En ze willen niet dat jij leeft.
Ze willen dat je gehoorzaam bent en dat je vanuit de angst en van alles wat zij in jou
leggen precies gaat doen wat hun zeggen. Precies. Ja, het helpt goed mee denk ik in het robot worden
hè en ehm om om niks meer te voelen. Maar ik denk ook voelen eh je emoties zeg maar eh je gevoelens
en je emoties die zeggen natuurlijk ontzettend veel over wie jij bent, over wat jou raakt,
over ehm hoe je in elkaar zit. Ehm het is iets van jouzelf en da hebben we de vorige keer natuurlijk
ook over gehad. Eigenlijk mag jij er niet zijn hè. Wat je de vorige keer vertelde over je talenten
bijvoorbeeld. Ja. Ja. Hé jij mag er niet zijn. Dus ehm je mag alleen maar bestaan ten dienste van hun
of ten behoeve van hun taken hè. En ehm gevoelens en emoties maken ons mens en maken ons onszelf,
hè. Want dat is ook bij iedereen weer verschillend. En is dus ook een uiting
van jouw wezen, van je bestaan, van wie je echt bent. En ehm inderdaad, ik zeg dat ook altijd,
leven is voelen. Voelen is leven. Ehm dus je leeft dan niet meer echt. En en dat is natuurlijk ook
zo. Als je een robotje bent geworden die gewoon gehoorzaamt zonder er nog wat bij te voelen,
dan leef je ook niet echt meer. Maar daarbij komt ook nog dat je een heel stuk van je wie je bent
eigenlijk kwijtraakt op het moment dat je niet meer kan voelen, hè. Ja. Ja, klopt. Als jij niet
meer kan schreeuwen omdat er een kind klein kind voor jouw neus eh verkracht wordt. Ja. En dat zegt
natuurlijk heel erg iets over jezelf ook, hè. Dat je dat je je wil daarom schreeuwen. Je wil niet
dat dit gebeurt. Het is onrecht. Het is kwaad. Dat wil je uiten. Maar dat mag dus niet meer, hè. Dat
kan niet meer. Nee. En dat is ja, het vreet je ook van binnen op. En dat mag ook niet gebeuren. Het
is het is dat is nog weer een diepere laag, denk ik, hè. Je wil ook niet meer dat het je raakt,
want je wordt je wordt er knetter gek van, want het gebeurt gewoon vaak. Ik denk dat wat je dan nu
zegt eigenlijk heel dubbel is, wants wil je niet meer dat het je raakt, want dat kan je gewoon niet
meer aan, hè. Dat je daar nog iets bij voelt elke keer. Dat dat kan je gewoon niet meer aan. Maar
anderzijds wil je ook dat het je wel raakt, omdat het niet normaal is dat het je niet raakt, hè. Dat
is dat dat past helemaal niet bij je. Dat klopt niet. Dat hoort niet. Je hoort daar iets bij te
voelen in je mens zijn. Hoor je bij zulke dingen iets te voelen? Nou ja, je vervreemd van jezelf.
Precies. Dat is het. Omdat je dus niet meer mag uiten wie jij werkelijk bent. Je wil je je wil
wel zeggen dat het niet kan en dat het niet goed is. Dat het dat het dat het niet klopt in wat jij
ziet. En maar je mag dat niet. Je kan dat niet. En het wordt een gevecht in jezelf. En dat gevecht is
ook niet de bedoeling dat je dat hebt. Nee, want dan ga je dus altijd als je een opdracht krijgt ga
je denken van heyé maar wil ik dat wel of wil ik dat niet? Nee, dat daar mag je niet eens komen. Je
moet gewoon zeggen: "Ja, dat doe ik." Nee. Ja, je moet aan de absolute gehoorzaamheid komen,
hè, zoals we dat ook uitgelegd hebben. Dus mag eigenlijk niks meer tussen zitten van jouzelf. Dat
is het in feite, denk ik, hè. Tussen de opdracht en het uitvoeren of het ondergaan mag eigenlijk
niks meer van jezelf zitten, hè. Geen gevoelens, geen innerlijke gevechten, geen innerlijke strijd,
geen tegenwerpingen. Nee. Eigenlijk niks meer van jou. Maar dat is wel precies wat jij zegt.
Je vervreemd van jezelf. Als jij niet meer kunt voelen, ben je niet meer verbonden met jezelf. Ja,
klopt. En dat is heel heftig. En zij willen natuurlijk niet dat je verbonden bent. Ook niet
met jezelf. Dus ik denk dat dat eigenlijk wel de essentie is. Ja. Ja. Nou, wat ik hier ook nog wel
eh bij eh aan toe wil voegen is dat het eh op de op de plekken bij de bijeenkomsten is het altijd
gewoon seren stil. Eh er wordt wel wat gezongen, maar het is altijd in de orde van die avond. Oké.
Ja. En het is niet de bedoeling dat als er een kind verkracht wordt of een kind wordt gemarteld
dat er geschreeuwd wordt en dat er gehuild wordt en dat het eh lawaai is. Eh nee, het moet gewoon
in alle rust ondergaan worden. En dat is eh ook dus dat je dus die gevoelens moet onderdrukken.
Je mag niet schreeuwen, je mag niet huilen, je mag niet laten merken wat het wat het met je doet.
Nee, omdat die die eh ja, die stilte dat is gewoon een soort van heiligheid die er is. Dat mag niet
onderbroken worden. Dus je moet dat leren om dat binnen te houden. Ja. Ja. Ja. En ik denk op een
gegeven moment is is de pijn, de zielenpijn eigenlijk, zo noem ik het dan maar even,
hè, die wordt zo groot natuurlijk omdat daar zo ontzettend veel dingen met jou en anderen gebeuren
die gewoon zo beschadigend zijn aan je ziel. Ja, dan kun je dat ook niet meer voelen. Nee,
hè. Dan zou je ter plekke sterven waarschijnlijk gewoon van het gevoel. Ja, absoluut. Als je
constant je je hart zoveel geweld moet aandoen om het weg te blijven stoppen, dat kan ook. Dat kan
niet. Je je gaat echt kapot. Nee. Ja. En ehm niet alleen van de pijn, maar van zeker van de pijn van
binnen. Ja. Ja, precies. Dus je moet het ook voor jezelf verdoven en zij willen dat het verdoofd
wordt. Het is een ingewikkelde Ja. dynamiek die daar is. Ja. Ja. Ja. En ik denk ergens kun je
denk ik op een gegeven moment niet anders meer hè dan dat je het gewoon beter niet meer kunt
voelen. Ja. Eh om te overleven eigenlijk gewoon letterlijk hè. Ja. Absoluut. Ja hoor. Dus ook dat
is eigenlijk toch wel een vorm van dissociatie hè waarbij je eh je gevoel helemaal wegdissocieert
eigenlijk. Ja. En daar ook niet meer bij kan. En ik denk zelf dat dat ook iets is waar mensen later
dus juist heel veel last van krijgen, hè. van ik voel bij allerlei dingen helemaal niks meer.
Eh hè of ik voel daar niks bij. Terwijl dat zou toch eigenlijk wel moeten ofzo hè. Dus dat is dat
dat mensen dan heel erg gaan voelen van ik ben heb in mijn die verbinding met mezelf kwijt en
dat het gewoon eigenlijk heel naar is. Ja. En dat ik als ik daaraan denk dan voel ik ook heel veel
schuldgevoel van ik kan er niet om huilen. Hm hm. Ja. Eh ik kan er niet om rouwen want ik voel het
niet. Ja. Hm hm. Ja. Dat is best wel heel heftig, want je vertelt de dingen en en nou je rouwt om de
om de kinderen en ja, ik voel er eigenlijk niets bij. En dat heeft allemaal ook daarmee te maken.
Het is niet zo dat je er niet om gaf. Nee, het is niet omdat je er niet om wil huilen, maar je hebt
het afgeleerd om te huilen. Ja, precies. Ja. En je hebt afgeleerd om te rouwen om omdat het
hè levensbedreigend was om dat te doen. H ja, hè. En eh en als er dan een tijd aanbreekt dat je dat
wel mag gaan doen, is heel erg ingewikkeld. Klopt. Ja. Letterlijk denk je als ik dit toe ga laten, ik
sterf. Ja. Ja. Ik ga dood van wat ik daar allemaal weg heb gestopt. Als dat over mij heen komt. Nou,
ik ik val plekken neer. Ja. Blijf nergens meer. Ja, mensen zijn daar ook in mijn ervaring heel
bang voor en dat ook heel begrijpelijk is natuurlijk, want het is natuurlijk zoveel en
zo diepe pijn ook. Ja. Ja. Je hebt niet voor niks ooit eh ergens toch soort van besloten van dat kan
ik maar beter niet meer voelen, hè? Ja, en het is wat je zegt hè, het is levensbedreigend. Het is
dus ehm gevaarlijk om het in die situatie wel te blijven voelen. Zo zo moet je het eigenlijk maar
zeggen. Absoluut. Absoluut. Ja. Ja. En je kijkt ook wel een beetje in de wereld nu, weet je wel,
van waar wordt eh hoe hoe reageren gewone mensen eigenlijk, hè? Ja. Ehm nou ja, als iemand een kind
verliest, ja, sommige mensen gaan echt gewoon compleet eh onder water eh in de verdriet en
in alles alles gaat kapot. Ja, zeker. En als dat het voorbeeld is van als ik ga rouwen om een kind
wat ik verloren ben, niet één, niet twee, maar meerdere kinderen. En iemand gaat al zo kapot
om één kind. Ja. Oi oi oi. Daar moet ik gewoon bij wegblijven, want ik ga dat niet redden. Nee,
precies. Ja. En dat is een hele dat was voor mij een hele grote stap. eh om te nemen om dat toch te
gaan eh toe te laten. En nu weet ik uiteindelijk van het maakt niet uit of je om één kind rouwt of
om meerdere kinderen. Die die pijn is hetzelfde. Het is echt de manier waarop je ermee omgaat is
hoe je blijft staan of eh hoe je het dan gaat. Hm hm. Ja, maar dat is wel je weet het niet,
dus je kijkt ook naar andere mensen. Ja, tuurlijk. Ja, maar dat is ook weer niet te
vergelijken. Het is het is het is het is heel erg ingewikkeld. Nee, nee. Ja, dat klopt. Ja. Ja. Je
kunt lijden ook niet vergelijken. Iedereen gaat, misschien bedoel je dat ook wel hè, iedereen gaat
op zijn eigen manier. Ja. Door het lijden heen of door rouwprocessen heen. Ja. Maar daarin kijk je
ook weer naar andere mensen. Wat voor mijn eh in mijn ogen gezonde mensen, gezonde normale mensen,
in ieder geval zonder dis eh 2.0. Daar kijk je ook een beetje naar van ja, hoe werkt dat
dan bij iemand? Want ja, wat ik heb aangeleerd is sowieso eh een gek huis, hè. Eh maar hoe doet een
ander dat dan? Ja. En als je dus die voorbeelden ziet, dan denk je nou, ik hou mijn eh ik begin er
maar niet aan eigenlijk. Ik hou mijn doosje maar dicht, want dit gaat Snap je? Ja, dat snap ik. Ja,
zeker. Ja. Ja. En dat zijn dan geen gezonde voor eh voorbeelden, denk ik, die ik dan gezien heb,
maar het heeft mij er wel van weerhouden van eh ik ga ik ik durf dit niet, want als dit de manier
is hoe je daar hoe het op je terugkomt. Ja. Ja. Ik ga onderuit joh. Want het is nog veel groter.
Precies. Ja, hè? Die angst. Het is altijd veel groter. Het is altijd veel heftiger. En dat is
dat maakt het ook zo vreemd naar andere mensen. Hm hm. Hè, je kunt echt geslagen zijn thuis en
echt mishandeld. Maar wat hier gebeurt in deze die training ja, is echt gewoon nog drie verdiepingen
dieper, hè. En dus het gaat overal altijd ook maar overheen. En dat maakt het ook gewoon zo
ontzettend moeilijk om dingen te vergelijken. Ja. Ja, precies. Of in ieder geval te zoeken naar
iets van heel hoe kan ik ermee omgaan? Te zoeken naar een voorbeeld eigenlijk bedoel jij dan? Ja,
precies. Ja, want het is ook niet te vergelijken natuurlijk. Nee. En er zijn zo weinig voorbeelden
dan ook dat. Ja, precies. Ja. Ja. En sowieso denk ik dat je leed niet echt met elkaar kan
vergelijken, want iedereen gaat inderdaad op een op zijn eigen zijn of haar eigen manier mee om.
Hè? En ja, dat hangt van zoveel dingen af, denk ik. Ja. Ja. Ja. Dus want je zei net eh
ik weet niet of dat dan gezonde mensen waren, hè, die zo onderdoor gingen aan hun verdriet,
maar ja, misschien ook wel hè. Het kan het hangt er maar helemaal vanaf hoe destandigheden zijn of
waaronder er zoiets gebeurt. Eh dat je helemaal eh onderuit gaat. Dat kan hè, dat het nou ja, goed,
dat weet je zelf. Verliezen van een kind is gewoon dat gaat toch helemaal toch ook naar je wezen toe
naar wie je bent. Ja, absoluut. Absoluut hè. Dus ja, maar ik snap wel dat als je dat ziet
bijvoorbeeld bij iemand die een kind verliest dat je dan zelf die dan niet uit de cult komt,
weet je wel, die niet uit de groep komt, maar gewoon in een normaal leven is opgegroeid,
hè. Dat is dan misschien wel het referentiekader wat ik wat ik daar dan naar zoek. Ja, precies. Ja,
maar dat betekent natuurlijk helemaal niet veel, maar het is nou ja, je weet zelf niks. Dat is
het natuurlijk. Je weet zelf helemaal niet hoe het moet, hè. Dus je kijkt toch waarschijnlijk
een beetje om je heen van hoe hoe werkt dit hè of wat gebeurt er dan of hè dat ja daar ben je toch
naar aan het zoeken omdat je zelf natuurlijk geen enkele basis hebt voor het omgaan met emoties. De
enige wat je geleerd hebt is dat er niet mag zijn. Ja, precies. Hè, dus je hebt helemaal
geen voorbeeld gehad van hoe ga je er nou mee om. Ja, maar je weet wel die hele enorme berg achter
je nek ligt die daar ligt en dan denk je als dat hier over me heen komt eh denderen dan eh dat ga
ik niet overleven, weet je wel. Dus ja ja, dat is gewoon ook een hele grote angst die er ook
gecreëerd is ook weer. Eh ja, hè. Als je hier ooit aan na gaat denken of als je hier mee bezig gaat,
dan gaat er dit gebeuren of dat gebeuren, weet je wel. Dus ja, van alle kanten is het gewoon heel
erg ehm moeilijk om om eh om die gevoelens opnieuw toe te gaan laten. Ja. Zeker heel beangstigend en
bedreigend, maar ook inderdaad wat je zegt is wel echt een goeie. Je hebt geen referentiekader. Nee.
Nul. Ja. Hè, dus je hebt eigenlijk ook mensen nodig die jou helpen. Hoe eh reguleer je nou
je emoties? Hoe ga je daarmee om? Hoe hoe kun je dat voelen en toch overeind blijven, hè? Of weer
opstaan als je even onderuit gegaan bent of nou hè, hoe doe je dat? Dat hele emotionele proces.
Ja, dat is echt heel belangrijk. En dat is ook weer iets wat je eigenlijk als kind hoort te
leren, hè. Dus je hoort als kind basis precies. Je hoort emotieregulatie te leren als kind. En er
zijn heel veel mensen die dat niet geleerd hebben hoor, ook buiten de cult. Heel veel mensen vinden
het heel moeilijk om met emoties om te gaan, hè, op een gezonde manier, laat ik het maar even zo
zeggen. Ja, hè. Eh maar je leert corulatie met je ouders als het goed is. Nou dat heb je natuurlijk
allemaal helemaal niet gehad helemaal niet meegekregen. Nee. Hè dus ik denk dat dat
ook wel ehm een stuk is wat bij de hulpverlening thuis kan horen hè. Dat je dat je leert reguleren
en dat je in beginsel dus die coregulatie hebt eh waardoor je uiteindelijk leert om erzelf mee mee
om te kunnen gaan en dat je gevoel er sowieso mag zijn. Dat is natuurlijk al een eh een overtuiging
die heb je al niet hè. Je je het mag er niet zijn. Dus ja, klopt. Ja, dat zijn hele belangrijke om
datat toch opnieuw eh niet opnieuw, want je hebt het niet geleerd. Je hebt het nooit geleerd,
ne? Maar om het te gaan leren. Ja, want dat gaat je ook helpen met je delen als die bovenkomen. Ja.
Ja. Om om dat er daar ook ehm die emoties te laten zijn. En en ik heb een hele mooie video jaren
geleden gezien over die legde dat echt heel mooi uit hoe dat met emoties eh hoe je dat laat bestaan
en dan eh dan maakt hij de emotie af en nou zoals met een klein kind ging over een klein kind. Ja.
Ja. Hè en dan eh heel erg huilen en dan trek je dat op schoot en dat hou je vast en dat mag er
zijn. Dat huilt heel hard en eh nou je je laat merken dat je er bent. Eh en dan langzaam begint
dat dat huilen wat te zakken en dat begint dat te snikken en dan als dat snikken afgelopen is, dan
heeft hij de emotie afgemaakt. Ja, precies. Ja, ik vond dat zo mooi. Ja, dat heeft me zo geholpen
ehm om ook om mijn met mijn delen Hm hm. hè. Om om nou ja, dan hikken we en snikken we nog maar
een half uur langer. Maar dan weet ik zeker hè, die emoties afgemaakt. Het is het is afgesloten.
Het is goed. Ja. En ik merkte daarna ook heel erg dat er veel meer rust kwam en dat er veel meer eh
eh plek kwam om te vertellen. Hm hm. Maar ook op een gegeven moment van nou ja, ik heb ik heb het
ik heb het verteld. Ik heb daarom gehild. Ik heb erom geroud. Ik weet niet zo goed meer wat ik hier
moet doen. Mag ik integreren? Weet je wel dat ik die vraag krijg? Ja. Ja. Of dat ik zeg van eh wat
wat wil je dan? Ja, ik weet niet. Ik zou zou je je terug willen in mij. Ja. Nou, dat wil ik
eigenlijk wel weet je. En d en dat heeft wel heel erg geholpen. En ik was erg blij met die video Ja,
dat Ja, precies. Dat kan ik me voorstellen. Dat is dan dus echt een voorbeeld van zo doe je dat
eigenlijk of zo kun je dat doen, hè. En ik denk dat de angst voor de emotie eigenlijk al maakt
dat je dat dat er een hele hoge drempel komt om überhaupt te gaan voelen. En je hebt natuurlijk
echt een veilige plek nodig. Ja. Om je emoties er te laten te durven laten zijn stukje bij beetje,
hè. En om ook ehm ja, ik zal maar zeggen, de golf van de emotie mee te kunnen maken en af te kunnen
maken totdat er rust komt, hè. En daar heb je echt veiligheid en tijd voor nodig. En je moet ook
gewoon echt gaan durven om het toe te laten. En eh dat is echt heel moeilijk. Maar ook dan dat je
daarna je denkt van nou hier sterf ik echt in. Ook als er iemand bij is. Dit is zo heftig. Ik sterf
gewoon. Ja. Ja. Maar als je dan durft dat je dat ik toen ook echt merkte van oké, ik leef nog. Ja.
En en dat je dat de volgende keer meeneemt van ja, maar dat was echt heel heftig. Je heb van die ja,
van die van die eh eikpuntjes. Eikuntjes van Ja, maar dat was echt heel er was zo'n ontzettend
heftig onderwerp. En ik heb erom gehuild tot mijn diepste tenen. Ja. En ik bleef ademhalen
en ik leefde daarna. Ja. Ja. Weet je wel. En dat je dan denkt van: "Oh, de volgende keer oh ja,
maar toen ging het ook goed." En nou soms gaat het niet goed, maar je sterft niet zomaar. Nee. Nee,
zo voelt het wel. Ja, precies. Ja, maar je geeft je lijf en je en je in je in je in jezelf gewoon
lucht en adem door los te laten. Dat is dat is het echt. Ja. En je komt sterf je hebt het gevoel dat
je sterft, maar je geeft jezelf leven terug. Ja. Ja, dat is wel gezegd. Zo, dat is ook echt zo,
want je geeft je hart en je ziel weer de ruimte om om er natuurlijk mogen zijn eigenlijk, hè. Want
die emoties zijn daar een uiting van, denk ik. Ja, want als je alles maar in jezelf terugstopt,
dat is echt verstikkend. Ja. Hè, je je timmert jezelf als als het ware dicht. Ja. En dat is ja,
dat is echt levensbedreigend voor je eigen lichaam en voor je eigen welzijn. Daar ga je eerder dood
aan uiteindelijk denk ik dan aan de emoties toe te laten hoe eng dat ook is en hoe heftig dat
ook kan zijn. Absolut. Ja. Hè, maar dan gaat er wel weer leven stromen. Ja. Hè, dat klopt.
Ja. Ja. En je ruimt op en en je laat bestaan. Ja. En je draagt het mee. Ja. Ja. Maar dat is op een
andere manier ga je het meedragen. Het wordt een andere last. Ja. Ja, dat klopt. Ja. En ik denk ja,
het hoort bij ons. Onze emoties horen bij ons. Ja. Die kun je niet ergens achter je laten achterlaten
ofzo. Dat eh Nee, nee, wij zijn niet gemaakt om robotjes te Nee, juist niet hè. Nee, dus dus denk
als je hoe vertrouwder je met je eigen gevoelens kan worden, hoe beter het het is hè. Hoe rustiger
het is, dan kun je het ook verdragen. Ja. En in eerste instantie is het iets wat je jaren en jaren
hebt gediserd of weggestopt, hè. Dus ik zeg heel vaak als je iets heel lang weggestopt hebt en het
komt naar boven komt het niet heel netjes. Dan komt het heftig hè. Maar hoe vertrouwde je daar
op een gegeven moment mee wordt, hoe rustiger het ook komt. Ja. Hoe het rustig Ja. en kan je er veel
meer op sturen. Maar ook gewoon een kleine beetjes tegelijk. En ik hè met het rouw over de kinderen
ook weet je dat is gewoon ik rouw daar even over en dan ga ik weer verder met met waar ik mee bezig
was. En zo heb ik dat gedaan en elke keer een klein stukje en soms ontzettend heftig. Hm hm. hè,
om die druk eraf te krijgen ook, maar soms ook gewoon maar een heel klein beetje. En daar was
ik wel eens van eh huh doe ik dit wel goed, want het is helemaal niet veel ofzo. Maar ik denk ja,
het was nu gewoon even Dit was het nu gewoon even. Het is gewoon goed zoals je het doet.
Dat is zo. Dat is echt zo. Ja, rouwen en en en huilen doet iedereen op zijn eigen manier. Ja.
En daar is ook niet echt een handboekje voor, hè. Dat eh dat dat Nee, dat is echt zo persoonlijk.
En ehm mijn ervaring is ook dat dat je systeem eigenlijk wel zorgt dat het niet allemaal
tegelijk komt, hè. De angst is heel erg dat het allemaal tegelijk over je heen gaat vallen,
hè. En dat voelt zo eng en zo bedreigend dat je dus maar helemaal niet eraan begint. Ja, hè. Maar
mijn ervaring is ook echt dat het een golf is of dat het je systeem ook wel weer een keer even op
de pauzeknop duwt eigenlijk. Zo. Nou, precies. Zit ik ook echt niet altijd allemaal tegelijk.
Je kunt ook met je delen afspraken maken hè. dat niet dat als je één onderwerp open maakt om over
te gaan rouwen bijvoorbeeld, dat de rest allemaal eventjes dicht blijft, hè. Dat je gewoon dat da
dat daar gewoon ook structuur in komt van we zijn nu heen mee bezig en de rest hoeft er even niet
bij. Het is allemaal belangrijk. Ja, dat kan niet allemaal tegelijk. Kan niet allemaal tegelijk,
want dat je kun je ook gewoon eerlijk zeggen naar binnen. Dat trek ik niet. Nee, precies. Ik moet
ik moet ook blijven lopen, hè. Ja, zeker. En als je daar eerlijk over bent. Ja, ik heb altijd wel
gemerkt dat dat gewoon eh goed ontvangen werd. Ja, precies. Wij weten ook dondersgoed dat je
moet blijven lopen en dat het heel erg veel is. Ja, zeker. Ja. Ja, dat is denk ik heel belangrijk.
Het is eigenlijk heel voor de hand liggend hè om daarover te communiceren met je delen. Dus voor
de hand liggend voor heel veel dingen denk ik. Alleen mensen komen er vaak niet op dat het kan.
En het kan. Ja, je kunt echt afspraken daarover maken met elkaar praten, want anders anders ja,
dat heb ik ook echt regelmatig meegemaakt. Dan verlies je er gewoon in. Dan denk je: "Ik was
hiermee bezig en je belandt ergens." Hm hm. Ja. En denk ik nou, maar dit is iets heel nieuws en
trekt me nog veel meer over de kop. Ja. Hè? En dat wil je op dat moment niet. Nee. Nee. Dus daar kan
je ook gewoon met elkaar over praten van binnen. Ja. Emma, jij zei dat inderdaad net even van we
zijn mensen en we zijn geen robotjes, hè. Ehm maar dat is eigenlijk wel een ook een gevolg en
resultaat van training natuurlijk dat je robotje robotje moet worden eigenlijk hè. Daar hebben we
best wel uitgebreid al over gepraat in andere afleveringen. Ja. Maar hoort eigenlijk wel weer
even in dit rijtje natuurlijk thuis. Ja. Zelfde geldt eigenlijk voor het dader gemaakt worden,
hè. Dat daar hebben we ook al het een en het ander over gezegd in vorige afleveringen, hè. dat je hoe
je gedwongen dader ja gemaakt wordt en en dat het eigenlijk altijd een onderdeel is van de training,
hè. Dat bij eigenlijk elke eh slachtoffer wordt ook dader gemaakt, hè. En en je wordt ook klem
gezet en eh doordat je ook ehm ja, je doet mee dingen hebt moeten doen. Ja, precies. Ja,
je doet mee. In jouw beleving heb je meegedaan. Precies. Ja. En eh dus je hoort in die groep,
dus je bent net als hun. Ja. Ja. En daar eh wordt je mee ook mee geschanteerd of bedreigd en eh
precies. Ja. Op je plek gehouden, hè, die manier. Ja. Ja. En het lijkt me bij deze twee punten,
hè van robot eh worden en gedwongen daderschap is dat is natuurlijk één en al jezelf geweld aan doen
en voorbijgaan aan jezelf, moeten gaan aan jezelf hè. waarbij dat dat natuurlijk ook helemaal je
gevoelens er niet kunnen zijn, want anders kun je anders kun je dat niet. Nee, klopt. Dus dan
klopt. Nee, nee, ook met het daden worden hè. Je je je je kunt dat niet voelen. Je moet achteruit
in jezelf. Ja, precies. Om om dit te doen. Ja, want je moet in het robot zijn wat er dan allemaal
van je gevraagd wordt, hè. Moet je jezelf geweld voortdurend geweld aan doen eigenlijk. Ja. En dat
moet uitgeschakeld worden. Dat moet uitgeschakeld worden. Anders kun je het helemaal niet. Nee, nee,
nee. Ehm een ander punt is eh ja, eigenlijk de vervreemding van het gewone leven hè,
van de wereld, van de gewone wereld om je heen, zal ik dan maar zeggen. Ja. Ehm nou, ik denk dat
je daar wel eh wat over kunt zeggen, Emma, toch? Wat daar zo al gebeurt om te te zorgen dat je je
heel vervreemd voelt, hè, van deze wereld. Ja. En dat zit in hele grote dingen en dat zit in hele
kleine dingen. Hm hm. Ja. Eh gewoon daar aanwezig zijn al is ehm eh bij een meeting of bij een eh
feest is natuurlijk al zo vervreemd zo vreemd van de rest van de wereld. Hm hm. Ja, precies.
Ehm wat er eh gebeurt zijn ook wel eh we hebben het even gehad over de over de nepmoorden die
gepleegd worden. Ik heb verteld over dat meisje wat begon te rennen voor die honden. Ja. Nou, dat
is dus een nepmoord en worden dus ook echt echte moorden daar gepleegd. Ja. Eh en je stond erbij,
je keken naar Hm hm. En soms kijk je er niet naar, maar dan heb je het pistool in je hand. Dat zijn
dan weer de nepmoorden. Want ik heb daar ook verhalen over dat ik iemand heb neergeschoten en
dat deel was zo ehm zo over de kop, want die had dat was een moordenaar geworden. Hij had iemand
neergeschoten. Ja. Ehm een familielid zelfs nog. Dus dat was eh dat was hartstikke heftig. En we
hebben daarover doorgepraat eh ook in de therapie en dat je uiteindelijk na zoveel tijd komt er een
ander deal om om de hoek en die zegt: "Ja, maar ik zag hem daarna nog gewoon weer rondlopen hoor."
Oh ja, joh. Ja, je wordt eh eh ook daar word je weer dader in gemaakt. Je wordt ontzettend
verward. Precies. Ja, want voor dat deel wat geschoten had, was het echt heel erg echt. Hm. Ja,
precies. Een ander deel zegt: "Ja, maar ik zag hem lopen." Dus dat wordt weer ontkend. Dus er is dus
waarschijnlijk wel geschoten, maar niet raak. Of hij is niet dood neer. Nou, net gedaan alsof hij
dood neer was net gedaan. Ja, je weet gewoon niet meer. Je waarneming wordt compleet verwoest ook
daar, hè? Precies. Ja, precies. Ja. Dus ehm maar er worden dus ook echt mensen vermoord daar. Ja.
En dat is eh dat is nou ja heel ingewikkeld van wat heb ik nou echt gezien en wat heb ik niet heb
en wat je hebt alles wel echt gezien. Ja. Maar wat is dus echt gebeurd en dat is dus in scène gezet.
Ja. Nou dat op zichzelf werkt al heel vervreemdend van jezelf denk ik hè en van je eigen waarneming.
Ja. Ja. Maar het is natuurlijk ook een totaal andere wereld dan je gewoon dan je wereld van alle
dag eigenlijk. Ehm ja, ik zie niet echt dagelijks dat iemand voor mijn neus wordt neergeschoten.
Nee, nee, precies. Dus dat is al heel vervreemd. Je hebt dat dus hè die nacht gezien. Ja. Ehm en de
volgende dag zit je op school. Hm hm. Ja. Ehm wat ik wat ik zelf eh mee heb gemaakt, dat was echt
heel apart. Ik wist nog niet zoveel van deze. Dit is een militaire training. Eh het zit hierchter.
Ja. Eh er zijn delen die worden geleerd om om te schieten. Hm hm. Ehm en ik wist niet dat ik dat
ik dat had gehad die training. Nee. Maar goed, één van mijn eh mijn kinderen komt thuis met
zo'n nerfpistooltje, weet je wel, met die van die van die zachte pijltjes. Ja. Ja. Ja. Nou,
en we waren met een baar in huis en toen hadden we een potje op tafel op de keukentafel gezet. Nou,
gaan we allemaal gaan we allemaal proberen te schieten en kijken wie het meeste heeft. Nou,
de kinderen allemaal schieten. Allemaal leuk. Eh gezellig, leuk. En ja, mama, jij moet ook.
Dus ik pak dat nerfpistooltje vast. Ik doe die dingetjes erin en ik voel in mijzelf onrust komen.
Oh ja. Ja. Ik denk nou dat is vast spanning, want dan moet ik mezelf natuurlijk wel een soort van
bewijzen. Ja. Maar ik voelde echt een grote switch komen in mij. Ik voelde echt een deel boven komen.
Ja. En er was een jongen. Ja. En die had echt zoiets van dit ga ik gewoon even doen. Ja. En
die dat pistool hij hij ja, dat dat nerfpistooltje pakte die vast en hij eh ging op de juiste plek
staan waar die moest gaan staan. Hij legde dat ding aan en hij schoot alle pijltjes recht op dat
eh op dat potje. Allemaal raak. Ja. Ja. Nou, dat was natuurlijk eh wat een geluk, zei ik.
Maar ik voelde me zo ellendig, want ik denk: "Oh, maar dit is niet goed." Nee. Oké, dit is
echt dit is echt niet goed. Want ik wist niet dat ik dus een militaant dat dat hoort hierbij
schietoefeningen. Ja, precies. Dat ik dat gehad heb. Ja. En ehm dus jij realiseerde je eigenlijk
ineens: "Ik kan schieten. Ik heb dat geleerd of ik in mijn keukentafel met mijn kinderen en ik kan
gewoon schieten." En dat is een hele eh rare rare bewaarwording in het gewone leven. Want dat hoor
ik niet te kunnen. Ja. Nee, nee. Ik moet Hanners met dat ding en dan schiet het alle kanten op.
Het was allemaal raak. Ja. Ja. Ja, precies. En dat vond ik ook best wel heel beangstigend eigenlijk,
omdat het Ja, dat is zo vervreemd in deze wereld. Ja, precies. Ja, want ik ben een gewone vrouw. Eh
maar ik heb dus dit geleerd toen ik jonger was. Ja. Ja, je kan gewoon schieten. Ja, ik kan Ja.
En raak ook nog. En ook nog raak. Ja, precies. En eh nou ja, als je het over vervreemden hebt,
dan heb je natuurlijk over die moorden. Als je iemand voor je neus vermoord wordt, is heel erg
vervreemd, want dat ga je nooit kunnen vertellen aan iemand in de buitenwereld. Nee, precies. Dat
jij kan schieten. Nou ja, nu weet iedereen het. Ja. Ja, inderdaad. Eh Emma. Maar goed, ehm dat
is natuurlijk heel als je een film eh op de bank zit te kijken en en eh er gebeurt van alles wat
in zo'n film niet klopt omdat de mensen verkeerd lopen. Ze letten niet op, ze kijken niet achterom,
eh ze laden de de de pistolen verkeerd. En je zou dat allemaal na tegen de persoon naast je zeggen.
Die zou ook wel denken van nou hoe weet jij dat? Hoe weet jij dat? Ja. Ja. Ja. Dus dit is het is
heel raar om dat te voelen in in in jezelf, in mijzelf. Ja. Ja. Ja. Omdat het zo niet matcht
natuurlijk eigenlijk met je gewone dagelijkse leven, hè. Dat is het ook. Ja. En ik ken die
verhalen ook wel hoor van survivors die gewoon in een film bijvoorbeeld precies kunnen zeggen: "Oh,
dat is dit wapen, dat is dat wapen, dat is wat dat wapen." Oh eh heeft nu 10 kogels geschoten,
maar dat kan helemaal niet, want er zitten er maar acht in. En hè dat je gewoon alles weet. Maar dat
is informatie die je eigenlijk gewoon niet Nou, ik zou het niet weten. Nee, als niet hoort te weten.
Soms denk ik wel eens dat is wel heel veel kogels voor één eh geweer ofzo, maar voor de rest eh nee,
ik heb er geen kennis van. Nee. Ja. Nee. Dus dat is eh lijkt me ook juist zo vervreemdend omdat je
het dus ehm eerst niet weet en dan komt dat echt boven en dan voel je echt gewoon dit is iemand die
kan dit. Ja. Hè? Je voelt dat in jezelf gebeuren. Staat op en die kan dit. Ik wi Ja. En ik wilde dat
natuurlijk helemaal niet aan de kinderen eh laten zien. Dus ik heb het met een grapje afgedaan. Dat
snap ik. Ik denk oh jeus dat is ook nog gebeurd. Ja. Ja, precies. Ik wil dit niet je Ik wil dit
niet kunnen. Nee. Nee, want dan weet ik ook waarvoor het gebruikt is geweest. Precies. En dan
weet je ook dat je dus de militaire training hebt ondergaan. Ja. Hè? En ehm dat is misschien toch
wel even goed om eens een keertje een uitgebreider over te hebben, want het is wel een hm hm een heel
belangrijk onderdeel in eh in de training. Hebben we eigenlijk gewoon helemaal nog niet over gehad,
hè. Klopt. Dat hebben we nog niet benoemd. En eh er zijn wel heel veel survivors die
dat ook meegemaakt hebben, hè, die militaire training. Dus dat is zeker goed om eh om nog
een keer verder over door te praten. Ja, hè. Maar voor nu in elk geval goed om te noemen. Ja. Hè,
jij zei net zo net ook even tegen mij van er zit eigenlijk ook heel veel schaamte hierbij,
hè? Ja, heel veel schaamte op. Ja. Is dat dan ook de schaamte van dat je dit dan niet hoort te
kunnen voor je gevoel of? Ja, deels. Eh maar het is ook omdat daar gewoon heel veel kleine delen
eh getraind worden. Oké. En die worden ontzettend voor de gek gehouden met heel veel dingen. Ja. Ja.
Hè? En ehm en dat is er wordt daar echt met je gespeeld. Hm. En en je wordt echt bespeeld. En
dat is heel een heel nare nare dynamiek die daar draait. D is echt een hele nare ja, benederende
eh training die daar gegeven wordt. Ja, maar daar gaan we het nog wel een keer over hebben. Gaan we
nog uitgebreider op terugkomen. Ja, dat is eh lijkt me zeker ook goed. Volgende punt is dat
je in en door de training leert dat je er niet toe doet. Daar hebben we ook best het een en het
ander over gezegd, hè. ook de vorige keer toen we het over de onthechtings trauma's eh hadden,
de onthechtingstraining waarbij je natuurlijk dus eigenlijk voortdurend het gevoel meekrijgt van je
doet er niet toe. Je bent niet belangrijk, je bent onzichtbaar, je bestaat niet echt. Ja,
klopt. Heb je daar nog aanvullingen op eh Emma? Nou, ik moest nog wel even denken aan eh je eigen
wil doet er ook niet meer toe. Oh ja. En dat sluit natuurlijk wel heel erg mooi aan aan wat
we net allemaal genoemd hebben. Het eh robotje worden en en het het ja ehm het de de absolute
gehoorzaamheid. Hm hm. Jou eigen wil is is van de baan. Dat bestaat niet meer. Ja. Nee. Nou ja, die
bestond eigenlijk al nooit. Die mocht eigenlijk al nooit best mocht niet bestaan. Hij is er wel,
want je krijgt hem Ik geloof dat je dat meekrijgt eh met je eh met je wie je bent. Eh zo word je
geboren. Ja. Maar dat dat mag niet bestaan. Ehm ja, ik vind dat wel een hele mooie die hierbij
eh hoort. Dat is ook zeker waar. Ja. En ook je wil is natuurlijk weer een uiting van jouw
mens zijn en van wie je wie je in wezen bent hè. Van je van je binnenkantje, van je hart,
van je ziel. Ehm net als de emoties wordort je wil daar ook bij en dat mag er dus ook niet zijn hè.
Dat word je natuurlijk gelijk al afgeleerd. Nee. Ja. En ik vind hem ook heel dubbel hoor. Leren
dat je het er niet to doet. Hm hm. En denk ik nou doe me dan weg. Maak me dan dood. Gooi me bij een
andere familie om de deur die die doe dat dan. Ja. Ja. Maar dat is ook niet de bedoeling. Nee,
ik moet in leven blijven. Ik moet daar blijven. Ik moet alles doen wat ze zeggen. Ja, dus dat
is ook echt heel raar eigenlijk als je erover nadenkt. Nou ja, dat is ook heel raar en dat
geeft denk ik ook een dat geeft denk ik ook een enorme innerlijke strijd hè. Je je bent er wel,
maar je mag er niet zijn. Ja. Je je boterhammetje wordt gesmeerd elke morgen. En denk ik als je zo'n
hekel aan me hebt dat ik er niet mag zijn, waarom laat je me niet doodhongeren? Ja. Hè,
maar dat doen ze dus niet. Nee, dat doen ze altijd net weer niet, hè. Je mag altijd net weer niet
doodgaan. En ik denk nou ja, dat is eigenlijk wel goed dat je dat ook aanhaalt, want dat is iets wat
ik heel vaak tegenkom. Ik geloof ook dat eh de het verlangen naar de dood wordt ook gekweekt op
deze manier. Dat wordt ook getraind, hè, eigenlijk door jou altijd net niet te laten doodgaan, ga je
ontzettend naar de dood verlangen, hè. Ja, deon elke keer openzetten, want dan denk je: "Ja, dit
eh maar je mag je voelt van ik kan dit allemaal echt niet meer verdragen, hè. Maar je mag ook niet
weg, hè. Je je moet het allemaal wel ondergaan. Je mag het niet voelen. Je moet het wel ondergaan.
Ehm je wordt elke keer bijna doodgemaakt, maar je mag net niet doodgaan. En nou ja,
je constant ja eh is die dynamiek natuurlijk aan de gang. Je loopt steeds op het randje, hè? Steeds
op het randje. Ja. Ja, ik heb ook echt wel gesmeek van nog één één klap alsjeblieft nog één klap dan
is het voorbij. Gaat het lampje uit. Ja. En dan hield het op. Ja. En en wat er dan van binnen aan
frustraties en woede ontstaat en ook gewoon van het kan maar allemaal niks meer schelen, hè. Je
gaat al je vliegt alle kanten op daar, hè. Ja. Ja. Ja. En je gaat gewoon roepen op een gegeven
moment: "Maak me dan dood, hè." Dat dat en je gaat daar wordt echt een doodswens gecreëerd. Daar ben
ik echt van overtuigd. Ja. About. Ja, absoluut. hè, waar je eigenlijk ook heel lang in je leven
nog last van kunt hebben. Ja, hè, dat je elke keer naar die dood wordt getrokken. Elke keer weer die
die dat doodsverlangen voelt. Ehm ja, hè, je bent er wel, maar je mag niet leven, maar je mag ook
niet sterven. Ja, waar moet je dan blijven? Dat is eigenlijk precies wat op op die grens word je de
hele tijd gehouden. Ja, da je stapt daar echt een duistere duistere plek in of daar word je
ingedrukt. Stap daar stap je niet in. Daar word je echt constant ingedrukt. Is een heel grijs gebied,
hè, zie ik het. eh vormen. Ja, zeker. Ja, want je je je ziet het daar klem. Het is een soort
niemandsland, hè. Je mag er niet zijn, maar je mag ook niet weg. Dus je moet daar wel blijven,
maar je mag niet leven. Je mag ook niet sterven, maar je moet wel precies doen wat zij zeggen. Ja,
dat dat is gewoon dat je kan nergens blijven. En dat is denk ik ook het diepe gevoel wat ze
natuurlijk willen kweken eigenlijk in je. Ja. Ja. Dat je en doet wat ze wat ze willen. Dat robotje,
de absolute gehoorzaam hoort daarbij. Ja. En altijd verlangen naar was ik er maar niet meer.
Ja, precies. Ja. En ik denk als je dat kweekt bij iemand dat je iemand heel mooi op zijn plek kan
houden. Nou, vanuit hun gezien wel. Ja. En dat is natuurlijk ook wat de twee opties zijn. Het is of
gehoorzamen of sterven. En op het moment dat jij er dus uit wil Ja. en je wil voor het leven kiezen
en voor de vrijheid, die derde optie bestaat niet, hè. Dus eh en nou ja, dat daar dan begint
natuurlijk die hele strijd die gaat helemaal lopen, hè. Ja. Ja, klopt. Dus dat is best wel
heel heftig. Ja, je mag alleen als robotje er zijn, maar je mag er als mens niet zijn. Nee,
dat klopt. Dat is het punt, hè. Ja, dat klopt. En toch zit dat die de wil om te leven heb ik altijd
gevoeld. Ja, denk waarom heb ik niet opgegeven? Ik had zoveel kansen, weet je wel. Ik denk als ik me
om had gedraaid en opgad gegeven, was ik ook dood gegaan daar. Maar dat zit dan toch niet in in de
natuur. Dat zit dan toch niet in je om om op te geven. Je wil leven. Die wil, de wil om te leven
is zo groot. Ja, dat is eigenlijk ook wel heel wonderlijk, hè, dat je dus tegelijk kunt voelen:
"Nou ja, maak me maar dood. Maak er dan ook een eind aan. Doe het dan ook een keer in plaats van
mij altijd op dat randje te laten zweven." Ja. Ja. Eh en dat je tegelijk toch elke keer dus overleeft
en dat je wil om te leven en je levenslust, dat dat je levenskracht dat dat zoveel groter
eigenlijk toch nog is. Ja. Ja. Ik vond het altijd verbazend werkelijk denk je nou ja,
nou daar had het kunnen gebeuren, daar en daar en daar en het is niet gebeurd.
Ja, ik denk ook wel dat daar hele sterke delen op zitten hoor die eh die levenskracht meedragen.
Kijk, die levenskracht daar word je mee gemaakt. Dus die zit in jouw wezen. Die hoort bij jou hè.
En ik denk dat is natuurlijk net als met de wil. Wij kunnen van alles doen om dat proberen uit te
schakelen, maar het kan niet van je afgenomen worden, want het hoort bij wie je in wezen
bent en dat kan niet van je afgenomen worden. Maar ik heb ook echt delen gehad die zeiden:
"We mogen niet opgeven. We kunnen niet opgeven. We moeten door." En of het moeten door nou altijd was
omdat we niet op mogen geven, maar ook wel de de hoop van er moet toch een uitweg zijn hieruit. Ja,
sterven is geen optie. Heb ik ook delen wel horen zeggen. Sterven is geen optie, hè. En ja,
dat is natuurlijk super krachtig ergens, hè. Ja. En nou ja, goed, in dat opzicht, dat hebben we
vaker gezegd, is het gewoon een wonder dat elke survivor van deze gruwelijke dingen er nog is en
nog leeft en nog bestaat en nog wil kiezen voor het leven en er nog voor wil gaan. Want dat is
natuurlijk wel zo als je dit allemaal achter de rug hebt. Ja. Ja. Je hebt alle reden om op
te geven, toch? Ja. Ja. En toch wil je het niet. En toch wil je dat niet. Nee. Nee. Nee. Krachtig,
hè? Heel krachtig iets. Ja. Ja. Nou, het laatste puntje in dit rijtje van resultaat van training is
ehm leren dat je duister bent. Dat is me nogal wat. Ja, Emma, hè? Ja, dat is zeker wat. Ja,
kijk, met alles wat we tot nu toe hebben verteld kan iedereen aanvoelen dat het een hele duistere
omgeving is waar je in bent als je in de cult bent. Ja, maar we hebben er eigenlijk nog niet zo
heel veel over gezegd. Nee. Hè? En ehm het gevoel van dat je duister bent kennen denk ik ontzettend
veel survivors wel hè, dat je dat hebt geleerd. Ja. Wil jij daar iets over vertellen, Emma? Ja,
dat wil ik wel. Eh we hebben net natuurlijk even gezegd hè, je zit op dat randje van dood en leven.
Dat is een een niemandsland, een duister plek, zeg maar. Ja. En zo kunnen we dat allemaal noemen.
Leren dat je duister bent is dat je echt betrokken bent geweest bij hele duistere dingen. En dan heb
ik het niet over dat het 's nachts donker was. Hm hm. Maar echt over de geestelijke machten
die daar aangeroepen worden. Ja. Bij een eh bij eh de seks die daar plaatsvindt. Hm hm. Bij de
offers die daar plaatsvinden. Ja. Bij de rituelen die eh rondom de offers worden uitgevoerd. Hm hm.
Er worden de geestelijke machten worden eraan geroepen om aanwezig te zijn op die feesten.
Ja. En alles wat daar is en zich openstelt door eh daar zeker aanwezig te zijn, maar ook mee te doen.
Hm hm. Of dat nou gedwongen is of niet, dat maakt niet zo heel veel uit. Je bent een open deur. Ja.
Voor de duisternis en die kom gewoon binnen. Ja. Ja. Hè het wordt aangeroepen. Nou en en dat wordt
eh binnengehaald en eh je wordt daarmee besmet. Hm hm. Ja, dat je leert dat je duister bent is vooral
ook dat je leert dat jij dad bent, dat jij mee hebt gedaan, dat jij ehm slecht bent, dat je vies
bent, dat je een [ __ ] bent, dat je dat dat is een eh een de woorden die daarbij horen eigenlijk.
En daar overheen komt dan nog heel die die duistere machten die daar dus eh aangeroepen
worden, binnengehaald worden. En die bevestigen eigenlijk dit in jouw leven. Ja. Die bevestigen
eigenlijk constant die boodschappen zeg maar. Ja. Ja. Die daar worden gedaan. Je bent daar
aanwezig en je doet mee. Ja. Dus je hoort bij het duister. Is dat Ja. Je hoort bij Ja. Je
hoort bij het duister. Anders was je niet op deze plek. Hm hm. Je hebt toch Je bent
hier toch? Ja. Hè? Je kiest hij toch voor je doet anders je doet anders was je toch wel weggegaan,
weet je? Want dat zijn de stemmen die daar die daar spreken. Ja. Eh eh dus ja, jij hoort nu bij
het duister. Ja. En je wordt ook door de duistere machten eigenlijk belast, hè. Want dat gebeurt ook
bij absoluut jou als slachtoffer op dat moment. Ja. Ja, want jij bent daar ook jij hebt ook seks
daar. Hè? En seksualiteit eh in deze context is heel belastend. Ja, hè? In in de geestelijke
wereld. Geestelijk belastend bedoel jij dan? Ja, precies. En en de offers die daar gebracht worden,
er worden bloedoffers gebracht. Er worden mensen offers gebracht. Ja. Is heel erg
belastend in de geestelijke wereld. De rituelen die er plaatsvinden zorgen ervoor dat de geesten
worden opgeroepen, dat ze aanwezig zijn, ze welkom zijn, hè. En en ze mogen doen wat ze willen daar.
Ja. En en dat alles met elkaar zorgt dat je op een hele duistere plek bent. Hm hm. Dat je duistere
dingen dat je daaraan meedoet en het duister wat binnenkomt bevestigt dit alleen maar in je leven
en gaat een plek vinden in in het leven. Gaat een plek vinden in de delen die daar aanwezig
zijn geweest. Gaat een plek vinden in het systeem. Ja. En zo blijft dat eh kleven. Ja. Ook ook al ga
je weg uit eh van die plek hè de het feest is een keer voorbij. Hm hm. Maar die duister machten gaan
met jou mee eigenlijk, hè? Die laten de smet in Ja, die laten de smet in jou achter. Hm hm.
En eh en ga en reizen met je mee. Ja. Ja. En als dit voortdurend voortdurend voortdurend gebeurt,
want het is niet alleen op de feesten, maar ook in de training wordt er op deze manier gewerkt.
Ja. Eh trauma is ook een heel groot ding waar heel veel duisternis eh mee naar binnen wordt
gehaald eigenlijk. Hm hm. Ehm is dat je hebt de duistere machten, maar je hebt ook de macht van
het licht. Je hebt God, je hebt hebt Jezus. Jezus is een is een triggernaam. Dat besef ik mij heel
goed. Sommige mensen zeggen Yeshua. Ja. Hè? Of eh andere namen. Dat dat is prima. Maakt niet uit
hoe je het noemt. Ja. Het is de echte Jezus, niet die Jezus die in de scèes worden gezet,
hè. Ja, om om opnieuw een kind te misbruiken. Daar wordt gaan we allemaal nog uitgebreid over hebben.
Maar Heer hebben we het over God, de schepper van hemel en aarde. Ja. De God van het licht.
God van het licht. Waarin geen duisternis is. Juist. En hebben het over Jezus, Yeshua. Ik zeg,
ik blijf Jezus noemen in de in de podcast omdat ik hem zo kan noemen. Als je dat nou moeilijk vindt,
dan mag je dat gewoon in je eigen hoofd vertalen als Yeshua. Eh en God net zo. Ja. Hè, dat je dat
dat je dat hoort van mij, maar dat het goed is om Oh, maar wat vind ik prettig om te horen? Dat
je dat vertaalt in jezelf. Maar daar hebben we het over. Dus die is er ook nog. Ja, zeker. Het
probleem alleen is dat je dus in die duistere wereld aanwezig bent. En daar wordt gezegd:
"Jij bent zo slecht. Jij bent zo duister. God wil jou nooit meer zien en wil jou nooit hebben." Ja.
Dus daar wordt eigenlijk ook een deur dicht gedaan na jouw redding eigenlijk. Hm hm. We hebben het de
vorige keer gehad eh over de onthechting. Hm hm. Ja. Kregen we een hele mooie vraag over.
Ja. Want eigenlijk wordt de onthechting hier ook op ingezet. Je mag niet bij God. Je mag niet bij
Jezus omdat eh dat best wel eens een ticket oud kan zijn. Absoluut. Emma. Zeker. En eh ik geloof
het licht is sterker dan dan het duister. Ja, ik heb dat veel in mijn leven meegemaakt al. Als jij
gaat bedenken: "Ik ga hun erbij halen in mijn genezingsproces. Ik ga God vragen om te helpen.
Ik ga Jezus vragen om te helpen." Dan blijft dat duister nergens. En het duister weet dat. Ja,
precies. Dus die vertellen jouw dingen over God die niet waar zijn. Die vertellen jouw dingen over
Jezus die niet waar zijn. Ze spelen scènes uit dat je in de steek wordt gelaten. Dat ehm dat Jezus eh
vastgebonden ergens is en je hebt hem nodig en hij kan zichzelf niet eens losmaken. Laat staan
jou helpen. Je wordt misbruikt hem. God is iemand die jou niet wil zien, want je bent zo duister.
Lees maar in de Bijbel. En zeggen ze dan: "Lees maar in de Bijbel. Er staat: "Je mag niet kinderen
offeren. Je mag dit niet. Je mag dat niet. Je mag Jij bent hier dit allemaal aan het doen." Ja. Oh
ja, precies. Ja. Word je ook helemaal klem gezet in dat opzicht. De bijbel wordt er letterlijk bij
gepast. Zeker. Ja, dat eh dat en daar wordt gezegd dat jij dus aan meedoet dat jij dus zo slecht en
zo duister bent. Ja. Dus je wordt er wordt een ontzettende angst gecreëerd naar God toe. Hm hm.
Ja. Eh zodat je sowieso daar ook niet heen gaat. Nee, precies. Weer om jezelf te isoleren. Dus je
kunt niet naar mensen. Hm hm. Je kunt niet uit de groep. Je kunt niet naar God. Je blijft Ja. op
de plek waar je waar je zijn moet. Ja, precies. Ja. En er ontstaat natuurlijk hele grote angst.
voor God. En een soort minachting zou ik misschien bijna willen zeggen, vaak voor Jezus hè. Omdat het
iemand is die jou niet helpt of die jou ook dingen aandoet in de cult dan hè. Eh of die
van je wegloopt of die eh je uitlacht. Heb ik ook wel gehoord. Of nou ja, er worden allerlei dingen
nagespeeld met ja, met mensen uiteraard eh gewoon. Maar hè, alsof dat Jezus dan moet zijn. En het is
natuurlijk ontzettend schadelijk. Ehm en ook weer iets hè wat we eerder ook wel gezegd hebben. Ze
zetten in op de dingen die voor jou helpend kunnen zijn en die jou krachtig kunnen geven om die stuk
te maken, hè. Dus en dat je verbinding met God hoort daar ook bij, hè. Dus die verbinding met
jezelf, met mensen, maar ook met God wordt stuk gemaakt. En dat wordt aangetast. Ja. En dat wordt
ehm en daar wordt vernietigd eigenlijk. Tenminste dat wordt geprobeerd. Klopt. Ja. En er wordt eh
veel tijd en aandacht aan besteed. En ik kijk dan terug en dan denk ik als er ergens veel tijd en
aandacht aan besteed wordt om dat te vernietigen, dan is het belangrijk. Ja, tuurlijk. Belangrijk
voor jou, want dat is jouw weg uit. Precies. Ze geven zichzelf daar ook mee weg eigenlijk,
hè. Dat dat dus juiste dingen zijn waar je aandacht aan moet gaan besteden, hè. En wat ik eh
hier ook in toe eh wil voegen is dat hè je je even terug naar die het uitoven van gevoelens. Hm hm.
Je ziet verschrikkelijke dingen gebeuren. Ja. Ja. Ehm je wordt daden gemaakt en dat ze gaan zeggen:
"Er is nooit vergeving bij voor jou." Oh ja. Ja, precies. Ja, nooit. Dit zijn de afschuwelijkste
zondes die je kunt hebben in je leven. Er is geen vergeving voor jou. Is te erg wat je gedaan hebt.
Dat kan niet. Ja, niemand wil jou. Zeker God niet. Nee. Nee, precies. Hier is geen vergeving. Hier
is het de het het bloed van Jezus voor de zonde. Nooit genoeg voor. Ja. Eh dat wordt allemaal zo
tegen elkaar uitgespeeld, zodat je compleet alleen eh achterblijft met je enorme zielenpijn. Ja,
precies. Je enorme pijn in je lijf. Je wenst naar de dood, je wenst om te leven. Ehm je wenst
om mens te zijn, maar alles alles wordt daar ook stuk gemaakt. Ja, precies. Je kan echt geen kant
meer op hè. In je diepste in je diepste zijn. Ja. Ja. Er zijn echt delen die daar heilig in
geloven. Er is geen vergeving voor mij. Precies. En dit gaat ik ga ik ik ga naar de hel. Ja. Ja.
Vreselijk. Ja. Ik hoor niet bij het licht. Nee, precies. Nee, dat dat absoluut niet. Ik hoor ik
ben echt duister. Dat hoor ik echt zo vaak, hè. Dat dat eh dat delen dat echt geloven van ik hoor
bij de duisternis en ik ben zelf ook duister. En ja, het het nare is dat je ook belast wordt
met die geestelijke duistere macht, hè. Ja. Ehm niet alleen op het moment van, maar ook gewoon
het het hè als het als het in je zit gaat het ook zomaar niet meer weg, hè. Nee, dus eh het
gaat inderdaad ook met jou mee reizen, zal ik dan maar zeggen. Ehm en gaat natuurlijk de hele tijd
diezelfde boodschap nog in jou influisteren. En en ehm nou ja, ook wel eh delen tegengekomen die zelf
geloofden dat ze dus demonen waren bijvoorbeeld, hè. En nou ja, dat is natuurlijk ontzettend
ontzettend naar. Klopt. We hebben het ook wel even een keertje even genoemd, hè, van nou, je
hebt natuurlijk heel veel innerlijk werk te doen, hè, om eh eh te deprogrammeren of om trauma's, hè,
door te werken. Maar dit is echt een heel erg belangrijk onderdeel ook hierin. Ja. Ja. Hè,
als je dit laat liggen, dan raak je een heel deel van van je delen, niet? Nee, precies. Die hier die
dit met zich meedragen eigenlijk, zeg maar. Ja, precies. Dit eigenlijk zit dit overal in verweven.
Als ik een trauma doorloop, ga ik dat trauma door, zoek ik daar de pijn in. Maar de duisternis moet
daaruit. Ja, precies. Want die blijft die blijft de trauma herhalen. Ja. Constant. Ja. En die zit
eh zo'n deel die dat eh die opdracht heeft gekregen om dat trauma te blijven herhalen,
die knijpt hij zijn keel af bij wijze van, weet je wel. Dus die heeft hij gewoon in zijn greep.
Die duisternis moet daar weg. Die moet los van dat deel. Hm hm. Ja. En en dan kan je
ook dat deel ontheffen van zijn opdracht. Hm. Ja, precies. Zolang die duisternis daarin blijft kan
dat niet. Nee. Nee. De duisternis houdt ook die programmeringen en die trainingen en die trauma's
op de plek eigenlijk. Dat is wat het wat het en die houdt het in stand. Die houdt zorgt ook mede
zorgen dat de duisternis dat het eh dat het blijft draaien. Ja. Ja. Nou, ik denk dat het goed is als
we daar nog eens een keer wat uitgebreider uitleg over gaan geven hoe dat allemaal werkt. Maar dit
is inderdaad van wezenlijk belang ook hè in het hele proces van vrijkomen en van gaan leven dat er
ook met die duisternis moet worden afgerekend hè. Ja, absoluut. Ja. En ik denk het dan heel vaak,
het is door hun erin gelegd. Net als de training, net als de programmering. Het hoort niet op jouw
leven. Het hoort niet bij jou. Dan mag het eruit. Dat klopt. Dan mag gestopt worden. Alles wat niet
van jou is of bij jou hoort, dat mag weg. Ja. Ja. En dat kan gelukkig ook. Ja. Dat kan gelukkig.
Gelukkig kan dat. Nou, Emma, we hebben best wel veel eh verschillende dingen bij de hand
gehad vandaag, hè? Nou, zeker. Dus ehm ik denk dat het goed is om het eh weer eens even af te
ronden voor vandaag. En ehm ja, er zijn nog best wel veel ehm ja, open eindjes en open draadjes hè,
waar we nog verder later verder of dieper op in zullen gaan en meer over zullen vertellen. Ehm
de volgende keer willen we het eh hebben over de feesten, de cultfeesten. Ehm die aflevering
zal ook uitkomen in de week voor Halloween. Eh wat in de cult een hele heel groot en heel
naar feest is. Dus dat vonden we wel passend. En eh daar zullen we de volgende aflevering
dus verder eh over vertellen. Ja. En daar hebben we eigenlijk ook wel bewust voor gekozen. Zeker.
Om dat ook om die week eh uit te brengen. Ja. En dat is ook niet alleen voor de survivals,
want ik weet niet eens of ze durven te luisteren in die week, maar dat dat is niet erg. Nee,
precies. Nee, hè. Dan doe je het daarna. Maar ook heel veel voor de de hulpverlening, voor de mensen
eromheen van hè het is niet alleen een feestje die avond. Het gaat zoveel voor aan vooraf. Ja.
om dat gewoon te weten. Er moet kennis komen over deze deze feesten. Precies. Ja, helemaal mee eens.
Dus vandaar dat we hem dan uitzenden. Ja, heel goed. Bedankt voor de aanvulling. En ehm nou voor
deze keer dan allemaal heel hartelijk bedankt voor het luisteren en tot de volgende keer.
We recommend upgrading to the latest Chrome, Firefox, Safari, or Edge.
Please check your internet connection and refresh the page. You might also try disabling any ad blockers.
You can visit our support center if you're having problems.